Monoblock warmtepomp aansluiten: het complete stappenplan

Monoblock warmtepomp aansluiten: het complete stappenplan

Blogartikel

GreenFlex Flexibele dubbele buis installatie

Bij een monoblock warmtepomp zit alle techniek in de buitenunit. Er lopen dus geen koudemiddelleidingen naar binnen, alleen cv-water. Dat maakt het aansluiten van een monoblock warmtepomp een klus die elke cv-installateur mag en kan uitvoeren. Een F-gassencertificaat is niet nodig.


Juist daardoor wordt het traject tussen buitenunit en binneninstallatie vaak als bijzaak behandeld. Dat is het niet: dat stuk leiding bepaalt voor een groot deel het rendement van de installatie, de kans op vorstschade en de doorlooptijd van je montage.


Hieronder loop je stap voor stap door de aansluiting: plaatsbepaling, diameterkeuze op basis van drukverlies, koppelmethode, isolatie, vorstbeveiliging en inbedrijfstelling. Met een checklist onderaan.

Wat sluit je precies aan bij een monoblock warmtepomp?

  • Aanvoerleiding: cv-water van de buitenunit naar de woning

  • Retourleiding: cv-water terug naar de buitenunit

  • Voedingskabel: meestal een aparte groep

  • Communicatie- of sensorkabel tussen buitenunit en binnenregeling


Anders dan bij een split-unit hoef je niets te vacumeren of af te persen. Wel heb je een watervoerende leiding die het hele jaar buiten ligt, bij vorst, UV, soms ondergronds, soms met knaagdieren erbij. Dat stelt andere eisen dan een leiding in de meterkast.

Stap 1: bepaal de opstelplaats en de leidinglengte


De vuistregel: hoe korter het traject, hoe beter. Een monoblock maakt het warme water buiten aan, dus elke meter leiding tussen unit en woning is een meter warmteverlies, en bij koelbedrijf een meter condensrisico.


Twee dingen om mee te rekenen:


Rendement. In de praktijk wordt een leidinglengte rond de 10 meter al kritisch genoemd. Vanaf 15 meter valt een monoblock in vergelijkingen duidelijk ongunstiger uit. Slaat de pomp af terwijl er net warm water in het buitentraject staat, dan verdwijnt die warmte richting de tuin.


Energieprestatie. Gelijkwaardigheidsinstantie BCRG heeft de discussie over lange monoblock-leidingen beslecht door de leidinglengte door onverwarmde ruimte mee te laten rekenen in de NTA 8800-software. De kwaliteitsverklaring blijft dus geldig bij een langer traject, maar je rekent het verlies wél af in de energieprestatie:

Dicht bij de gevel plaatsen loont.


Praktisch: houd het buitentraject waar mogelijk onder de 5 meter en isoleer elke centimeter, ook het deel in de kruipruimte en door de muur.

Stap 2: bepaal de diameter met drukverlies, niet met gevoel


De diameter volgt uit de volumestroom die de warmtepomp nodig heeft en het drukverlies over het hele traject, heen en terug. De installatiehandleiding is leidend, maar je kunt het zelf narekenen.


Volumestroom schatten: bij een ontwerp-ΔT van 5 K reken je ruwweg 2,9 l/min per kW. Een 8 kW monoblock vraagt dus ongeveer 23 l/min.


Drukverlies GreenFlex (mbar per meter):

Volumestroom (l/min)

5

10

15

20

25

30

35

40

45

DN20 – 1"

1,99

7,96

17,9

31,83

49,74

71,62

97,48

DN25 – 1¼"

0,45

1,8

4,04

7,18

11,23

16,16

22

28,74

DN32 – 1½"

0,14

0,54

1,22

2,18

3,4

4,9

6,66

8,87

11,01

DN40 – 2"

0,04

0,16

0,36

0,64

1

1,44

1,97

2,57

3,25

Reken met de dubbele trajectlengte: 10 meter afstand is 20 meter leiding.


Een voorbeeld met die 8 kW en 23 l/min over 10 meter afstand:

  • DN20: ruim 40 mbar/m × 20 m ≈ 800 mbar. Onhaalbaar voor de circulatiepomp.

  • DN25: ± 9,5 mbar/m × 20 m ≈ 190 mbar. Werkbaar, maar het kost pompvermogen.

  • DN32: ± 2,8 mbar/m × 20 m ≈ 56 mbar. Ruim, stil en zuinig.


Richtlijn per vermogen:

Maat

Warmtepompvermogen

Minimale buigradius

Werkdruk

Inhoud per meter

DN20 – 1"

1–4 kW

70 mm

10 bar

340 ml

DN25 – 1¼"

1–12 kW

100 mm

10 bar

650 ml

DN32 – 1½"

> 12 kW

120 mm

8 bar

1.005 ml

DN40 – 2"

> 15 kW

170 mm

6 bar

1.600 ml


Het kW-bereik hangt af van de afstand: hoe langer het traject, hoe eerder je een maat opschuift. Twijfel je? Neem de grotere. Te ruim kost je wat materiaal, te krap kost je rendement bij elk bedrijfsuur.

Stap 3: kies het leidingtype, hier win of verlies je tijd


Voor het traject buitenunit naar binneninstallatie zijn er drie routes:

  1. Zelf opbouwen uit koper of dunwandig staal met losse isolatie. Werkt, maar je maakt veel verbindingen, elke verbinding is een potentieel lekpunt, en de isolatie buiten is zelden echt dampdicht af te werken. De traagste route.

  2. Traditionele meerlagenbuis of AluPERT met aparte isolatie. Bekend materiaal, maar vraagt extra handelingen: isoleren, mantelbuis voor de kabel, meer koppelingen en beperkte buigbaarheid in krappe ruimtes.

  3. Flexibele RVS ribbelbuis met geïntegreerde isolatie en sensorkabel. Eén rol van buitenunit naar binneninstallatie, minimaal aantal koppelingen, buigen om elk obstakel heen. Hier is GreenFlex voor ontwikkeld.

Waarom GreenFlex voor het monoblock-traject

GreenFlex is een dubbele flexibele ribbelbuis van RVS 316L, standaard met 13 mm gesloten-cellige EPDM-isolatie en een naadloze UV-bestendige PE-HD buitenmantel. Verkrijgbaar op rol in DN20, DN25, DN32 en DN40, in lengtes van 5 tot 50 meter.


Wat dat op de klus betekent:

  • Aanvoer, retour én tweeaderige sensorkabel in één rol. Geen losse mantelbuis voor de kabel, geen losse isolatie. De duo-leiding is scheidbaar waar je de leidingen apart wilt routeren.

  • Buigradius vanaf 70 mm (DN20) tot 170 mm (DN40). Knikken hoeft niet, ook niet in een kruipruimte of langs een fundering.

  • Boven- én ondergronds zonder extra bescherming. De naadloze HD-PE mantel is UV-, water-, vogel- en knaagdierbestendig en bestand tegen mechanische belasting en wortelgroei. Geslaagd op een UV-test van 500 uur, tegen een norm van 150 uur.

  • EPDM-isolatie zonder PVC of weekmakers, brandklasse B1 (zelfdovend, geen druppelvorming), dampdichtheid µ > 3000, λ van 0,030 W/(m·K) bij −40 °C tot 0,039 bij 40 °C. Werkt dus zowel in verwarmings- als in koelbedrijf.

  • Twee koppelmethodes, met vlakke kraag of met knelkoppeling, zonder gereedschap (zie stap 5).

  • 50 jaar ontworpen levensduur, 10 jaar garantie. RVS 316L, spanningsvrij gegloeid bij 1050 °C.

  • Geschikt voor onder andere Daikin Altherma, Mitsubishi Ecodan, LG Therma V, NIBE F-serie, Vaillant aroTHERM, Panasonic Aquarea, Remeha Elga Ace, Viessmann Vitocal 250 A, Bosch Compress 2000 AWF, Samsung EHS Mono HT, Stiebel Eltron WPL A / HPA, Intergas Xtend Monoblock, Itho Daalderop Amber, Alpha Innotec Hybrox, Hisense Hi Hybrid, AEROWATT, Mercuria Ace, Eria Tower Ace en Weheat Sparrow / Flint.


Installateurs die overstappen van los opbouwen naar GreenFlex halen tot 50% tijdwinst op het aansluittraject.

Stap 4: muurdoorvoer en ondergronds traject


De muurdoorvoer is het meest onderschatte detail van de hele klus. Twee eisen:


Thermisch: geen koudebrug. De isolatie moet doorlopen door de sparing, dus geen kale leiding in de doorvoer. Bij GreenFlex loopt de isolatie er gewoon mee door.


Waterdicht: onder maaiveld heb je een drukwaterdichte afdichting nodig, boven maaiveld volstaat een ingemetselde huls met manchet of afdichtkit.


Voor het ondergrondse deel: leg de leiding in een zandbed vrij van scherpe stenen, houd afstand van zettingsgevoelige delen van de fundering, leg hem buiten de vorst- en spitzone en markeer het tracé. Extra mantelbuis is niet nodig, de HD-PE mantel is de bescherming.

Stap 5: koppelen, twee methodes


GreenFlex kun je op twee manieren aansluiten. Beide vlak afdichtend, geen persen en geen solderen.


Met vlakke kraag (aansluitset + montagetool)

  1. Snijd de isolatie in met een scherp stanleymes zodat 75 mm RVS-buis vrijkomt.

  2. Kort de buis af met een buizensnijder.

  3. Schuif de wartel van de aansluitset over de buis en sla met de montagetool twee ribbels volledig plat tot een vlakke afdichtingskraag. De kraag moet vlak zijn en vrij van bramen.

  4. Plaats de borgring direct achter de kraag.

  5. Monteer de vlakke koppeling, de ring komt tussen kraag en koppeling.


Met knelkoppeling, zonder montagetool

Nieuw in het assortiment: de GreenFlex knelkoppeling binnendraad. Daarmee heb je geen montagetool en geen vlakke kraag meer nodig.

  1. Isolatie insnijden (75 mm RVS vrij) en buis afkorten.

  2. Knelkoppeling over de ribbelbuis schuiven.

  3. Let op de opstaande rand van de knelring: die moet richting de koppeling.

  4. Vastdraaien met twee steeksleutels of een verstelbare sleutel, volledig aandraaien.


Sneller, minder gereedschap in de bus en geen risico op een slecht gevormde kraag. Ideaal voor servicewerk en voor de laatste koppeling in een krappe hoek.


Aansluiten op de unit


Monoblocks lopen sterk uiteen in aansluitmaat. Met dubbele nippels in 1", 1¼", 1½" en 2", verloopnippels en verloopringen (1¼"×1", 1½"×1¼", 2"×1½") en haakse 2-delige koppelingen sluit je vlak afdichtend aan op vrijwel elk merk, zonder een stapel losse fittingen en vlasverbindingen buiten te maken.


Die haakse koppeling is meer dan gemak: hij scheelt je een bocht plus twee verbindingen op de plek waar de leiding de unit in gaat.


Tip: maak buiten zo min mogelijk verbindingen. Elke koppeling die je niet in de tuin maakt, is een lekkage die je niet over drie winters gaat zoeken.

Stap 6: isolatie en dampdichtheid afwerken


Twee verschillende problemen:

  • In verwarmingsbedrijf verlies je warmte door convectie langs de buitenleiding. Bij 35 °C aanvoer en 0 °C buiten is dat over 20 meter matig geïsoleerde leiding geen detail meer.

  • In koelbedrijf condenseert er vocht op de leiding. Dampopen isolatie zuigt zich vol, verliest zijn werking en veroorzaakt vochtschade binnen.


De gesloten-cellige EPDM van GreenFlex (µ > 3000) dekt beide. Maar een perfect geïsoleerde leiding met twee open centimeter bij de wartel is geen perfect geïsoleerde leiding. Werk elke overgang, koppeling, appendage, muurdoorvoer, hermetisch af met de GreenFlex krimpkous in de bijbehorende maat (DN20 t/m DN40, per meter).

Stap 7: vorstbeveiliging, regel dit vóór de eerste winter


Bij een monoblock staat er water in het buitendeel. Bevriest dat, dan scheurt de leiding of de warmtewisselaar. De meeste monoblocks hebben interne vorstbeveiliging: de circulatiepomp gaat lopen en bij extreme kou wordt het water kortstondig opgewarmd.


Het probleem: die beveiliging is softwarematig en werkt niet zonder stroom. Bij een netstoring, een defecte circulatiepomp of een uitgeschakelde groep sta je met stilstaand water in een buitenleiding. Fabrikanten wijzen hier expliciet op en noemen aanvullende maatregelen als voorwaarde, niet als optie.


De drie routes:

Maatregel

Werkt zonder stroom?

Nadeel

Glycol toevoegen

Ja

Lager rendement, jaarlijkse controle, niet elk toestel staat het toe

Elektrisch warmtelint (tracing)

Nee

Faalt precies in het scenario waarvoor het is bedoeld

Vorstbeveiligingsklep

Ja, volledig mechanisch

Installatie loopt leeg en moet daarna bijgevuld worden


Waarom glycol geen "zet-en-vergeet"-oplossing is

Niet elk toestel staat het toe. De ene fabrikant schrijft glycol juist voor, de andere staat alleen propyleenglycol toe, sommige begrenzen de concentratie en een aantal sluit het uit of laat de garantie vervallen. De handleiding van het specifieke model is leidend.


Het verliest zijn werking. De glycol zelf verdampt niet, maar de inhibitoren in het mengsel raken op. Daarna daalt de pH, wordt het mengsel zuur en gaat het corrosie veroorzaken in plaats van voorkomen. Concentratie en pH horen jaarlijks gemeten te worden, en het mengsel moet afhankelijk van de leverancier elke 3 tot 5 jaar worden ververst.


Bijvullen met water is de klassieke fout. Elke keer dat er met kraanwater wordt bijgevuld, zakt de vorstbescherming, zonder dat iemand het merkt. Bijvullen moet met een voorgemengde vloeistof in de juiste verhouding, met nameten.


Het kost rendement. Bij 30% glycol daalt de warmteoverdracht met zo'n 8%, bij 50% richting 15%. De hogere viscositeit betekent bovendien extra drukverlies en pompenergie, reken dat mee in stap 2.


De mechanische route

Een vorstbeveiligingsklep opent thermostatisch rond de 3 °C watertemperatuur en laat het buitentraject leeglopen voordat er ijs kan vormen. Geen stroom nodig, geen jaarlijkse meting, geen rendementsverlies.


Montageregels: één in de aanvoer en één in de retour, altijd verticaal, in het koudste deel van het traject bij stilstand, en minimaal 15 cm vrij tussen klep en maaiveld zodat het water weg kan.


Nieuw: de vorstbeveiligingsklep is er nu ook met wartel, in 1" en 1¼". Daarmee koppel je hem direct in het GreenFlex-traject zonder losse nippels ertussen. Minder koppelingen, minder lekpunten en een strakkere, compactere opstelling bij de unit.

Stap 8: vullen, ontluchten en schoon houden


Controleer de minimale waterinhoud. Bij te weinig inhoud gaat de warmtepomp pendelen en haalt hij de defrostcyclus niet netjes af. Het leidingtraject helpt mee: DN25 houdt 650 ml per meter, DN32 ruim een liter. Bij 2 × 15 meter DN32 zit er al zo'n 30 liter in het traject. Kom je alsnog tekort, neem dan een buffervat parallel of in serie op.


Spoel de installatie voordat je de warmtepomp inschakelt. Montageresten, vlas en magnetiet uit een bestaande cv-installatie zijn de nummer één oorzaak van een verstopte platenwisselaar.


Plaats een lucht- en vuilafscheider in de retour, vóór de warmtepomp. Een magnetische uitvoering vangt ook het magnetiet uit oude radiatorcircuits. Lucht betekent slechtere warmteoverdracht, geluid en op termijn corrosie.


Ontlucht op het hoogste punt met een automatische ontluchter en controleer de systeemdruk na de eerste bedrijfscyclus opnieuw.

Checklist: monoblock warmtepomp aansluiten

  • Opstelplaats zo dicht mogelijk bij de gevel, buitentraject onder de 5 m waar mogelijk

  • Volumestroom bepaald (± 2,9 l/min per kW bij ΔT 5 K)

  • Diameter gekozen op drukverlies over de dubbele trajectlengte

  • Leidinglengte door onverwarmde ruimte meegenomen in de NTA 8800-berekening

  • Aanvoer, retour en sensorkabel in één traject gepland

  • Muurdoorvoer thermisch én waterdicht uitgevoerd

  • Ondergronds tracé in zandbed, buiten vorst- en spitzone, gemarkeerd

  • Koppelmethode gekozen: vlakke kraag of knelkoppeling

  • Juiste nippels, verloopringen of haakse koppelingen naar de unit

  • Alle overgangen afgewerkt met krimpkous in de juiste maat

  • Vorstbeveiligingsklep in aanvoer én retour, verticaal, 15 cm vrij

  • Installatie gespoeld, lucht- en vuilafscheider geplaatst

  • Minimale waterinhoud gecontroleerd, eventueel buffervat

  • Systeem ontlucht, druk gecontroleerd na eerste cyclus

De GreenFlex warmtepomp-box: alles uit één assortiment


Geen losse onderdelen bij elkaar zoeken. De warmtepomp-box dekt het hele traject van buitenunit tot binneninstallatie:

Onderdeel

Uitvoering

Flexibele ribbelbuis

DN20, DN25, DN32 en DN40, rollen van 5, 10, 15, 25 en 50 meter, incl. sensorkabel en 13 mm EPDM

Koppelen met vlakke kraag

Aansluitsets wartel + ring in 1", 1¼", 1½" en 2", met bijbehorende montagetool

Koppelen zonder tool

Knelkoppelingen binnendraad DN25 × 1" en DN25 × 1¼"

Overgang naar de unit

Dubbele nippels, verloopnippels, verloopringen en haakse 2-delige koppelingen in 1" t/m 2"

Afwerken

Krimpkousen per maat, DN20 t/m DN40

Bevestigen

Buisbeugels incl. stokschroef en plug, DN20 t/m DN40

Vorstbeveiliging

Vorstbeveiligingskleppen 1" en 1¼", met of zonder wartel

Waterkwaliteit

Luchtafscheiders, magnetische vuilafscheiders en gecombineerde magnetische lucht- en vuilafscheiders, 22 en 28 mm, draaibaar

Ontluchten

Automatische ontluchters 3/8" en 1/2"

Het assortiment groeit door. Download de actuele brochure voor alle artikelnummers, maten en technische specificaties.


Verkrijgbaar via Technische Unie, UBEL, Warmteservice, Toolstation, Wildkamp, InstallatieBalie, Verploegen en overige verkooppunten.

Veelgestelde vragen


Heb ik een F-gassencertificaat nodig om een monoblock warmtepomp aan te sluiten? Nee. Bij een monoblock zit het koudemiddel in een gesloten circuit in de buitenunit en lopen er alleen watervoerende leidingen naar binnen. Elke installateur mag deze aansluiting uitvoeren.


Hoe lang mag de leiding tussen monoblock en woning zijn? Technisch kan het tot tientallen meters, maar rendementstechnisch is dat onverstandig. Rond 10 meter wordt het kritisch, vanaf 15 meter verlies je merkbaar prestatie. De leidinglengte door onverwarmde ruimte wordt daarnaast meegerekend in de NTA 8800-berekening.


Welke diameter moet ik kiezen voor mijn monoblock? Bepaal de volumestroom (± 2,9 l/min per kW bij ΔT 5 K) en reken het drukverlies over de dubbele trajectlengte. Grofweg: DN20 tot 4 kW, DN25 tot 12 kW, DN32 daarboven en DN40 vanaf 15 kW of bij lange trajecten. De handleiding van de fabrikant is leidend.


Kunnen alle monoblock warmtepompen tegen glycol? Nee. Sommige fabrikanten schrijven glycol voor, andere staan alleen propyleenglycol of een maximale concentratie toe, en een aantal sluit het uit of laat de garantie vervallen. Controleer altijd de handleiding van het specifieke model voordat je glycol toevoegt.


Blijft glycol werken of moet je het bijvullen? Glycol verdampt niet, maar de inhibitoren raken op. Daarna verzuurt het mengsel en werkt het corrosiebevorderend in plaats van beschermend. Meet concentratie en pH jaarlijks en ververs het mengsel afhankelijk van de leverancier elke 3 tot 5 jaar. Bijvullen met kraanwater verlaagt de vorstbescherming, gebruik altijd een voorgemengde vloeistof en meet na.


Waarom is de interne vorstbeveiliging van de warmtepomp niet genoeg? Omdat die softwarematig is en dus stroom nodig heeft. Bij een netstoring of een defecte circulatiepomp valt de bescherming weg terwijl er water in het buitendeel staat. Een mechanische vorstbeveiligingsklep dekt precies dat scenario.


Mag de leiding van een monoblock warmtepomp ondergronds? Ja, mits de leiding daarvoor geschikt is. Je hebt een mechanisch beschermde, waterdichte buitenmantel nodig die bestand is tegen wortelgroei en knaagdieren. GreenFlex heeft een naadloze HD-PE mantel en is boven- en ondergronds toepasbaar zonder extra mantelbuis.


Kan ik GreenFlex aansluiten zonder montagetool? Ja. Met de GreenFlex knelkoppeling binnendraad hoef je geen vlakke afdichtingskraag te vormen. Schuif de koppeling over de ribbelbuis, let erop dat de opstaande rand van de knelring richting de koppeling zit, en draai vast met twee sleutels.


Kan ik GreenFlex ook voor een zonneboiler gebruiken? Ja. De RVS 316L ribbelbuis met EPDM-isolatie is geschikt tot 150 °C continu en 175 °C piek, en daarmee ook voor solartoepassingen.

Sneller aansluiten met GreenFlex


GreenFlex is de complete warmtepomp-box voor monoblocks: één rol van buitenunit naar binneninstallatie, aanvoer, retour en sensorkabel in één, geïsoleerd, klaar voor ondergronds gebruik en met of zonder montagetool aan te sluiten.


Vragen over een specifieke situatie, of een monoblock waarvan je de aansluitmaat niet zeker weet? Stuur ons een WhatsApp, je hebt meestal binnen een uur antwoord. Een productdemonstratie op locatie kan natuurlijk ook.

Bekijk gerelateerde producten

Meer weten?

Heb je een vraag over onze producten of wil je persoonlijk advies? Neem direct contact op via WhatsApp

Scan de QR-code of klik op de knop om ons direct een bericht te sturen.

Open WhatsApp

Snel antwoord op je vraag

Maak eenvoudig een afspraak

Plan direct een demo in

Scan voor WhatsApp

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van The Dynamic Way.

© 2026 The Dynamic Way (TDW Systems). All rights reserved.

To embed a website or widget, add it to the properties panel.

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van The Dynamic Way.

© 2026 The Dynamic Way (TDW Systems). All rights reserved.

To embed a website or widget, add it to the properties panel.
To embed a website or widget, add it to the properties panel.

Nieuwsbrief

Blijf op de hoogte van The Dynamic Way.

© 2026 The Dynamic Way (TDW Systems). All rights reserved.

To embed a website or widget, add it to the properties panel.